Home

‘Voedsel geeft mensen de rust om andere problemen aan te pakken’

16-06-2016
Interview met een bedrijfsman turned filantroop

Door: Lisa Smit

Midden in de kantoorjungle van Amsterdam Sloterdijk ligt het restaurant Soupalicious. In deze oase van rust vind ik een palmboom, gepassioneerde medewerkers en heerlijke soepen gemaakt van restgroente. Ik spreek met vicevoorzitter Tom Hillemans van Voedselbanken Nederland. Ooit mede eigenaar van een verzekeringsbedrijf, maar nu spreken we elkaar over voedselbanken, de samenwerking met Soupalicious en de toekomst van vrijwilligerswerk in Nederland.

Soupalicious

Wat is de grootste uitdaging voor voedselbanken anno 2016?
‘Voedselbanken Nederland is echt een bank: we werken met vraag en aanbod. Voedsel dat verspild dreigt te worden, verbinden we met mensen die in armoede leven. Nu speelt vooral de verwachting dat het aangeboden voedsel flink toeneemt. Sinds kort hebben we ook een business partner overeenkomst met een grote retail marktleider – iedereen kan raden over welke supermarkt ik het heb. Acht van onze distributiecentra ontvangen nu niet alleen houdbare producten, maar ook verse producten met een houdbaarheidsdatum van diezelfde dag. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit heeft 144 van de 163 voedselbanken in Nederland gecertificeerd. Nu weten supermarkten precies waar hun voedsel heen gaat.’

Fijn, toch?
‘Zeker! Maar ook een uitdaging. Voedselbanken Nederland is de grootste organisatie in Nederland die uitsluitend met vrijwilligers werkt. Je hebt niet alleen mensen nodig die voedselpakketten samenstellen voor een paar uur in de week. Je hebt mensen met de juiste competenties nodig die structureel kunnen helpen, zoals een logistiek manager of fondsenwerver.’

Je hoort wel eens dat voedselbanken alleen symptomen van armoede bestrijden.
‘Voedselbanken zijn gericht op noodhulp. Een gezin kan maximaal drie jaar een pakket ontvangen. Gemiddeld hebben onze klanten trouwens maar 13 maanden lang een pakket nodig. We weten dat het symptoombestrijding is, maar we werken nauw samen met de hulpverlening. Ook mensen die worden gehekeld in artikelen zoals ‘Kinderen hebben wel een iPhone, maar geen ontbijt’, komen in aanmerking voor een voedselpakket. Wie zijn wij om ons te bemoeien met uitgaven? We werken met een formule waarbij vaste lasten zoals huur, energie en schulden voorop staan. Ook communicatie valt tot een bepaald bedrag hieronder. In hoeverre doe je nog mee zonder mobiel?’

Hoe staat het met voedselbanken in het buitenland?
‘Die zitten heel anders in elkaar. Buitenlandse voedselbanken leveren niet direct aan de eindconsument, maar via hulporganisaties. We wisselen af en toe kennis uit met andere voedselbanken via een Europese federatie, FEBA. Op Europees niveau richten we ons nu bijvoorbeeld op het regelen dat er geen BTW betaald hoeft te worden over het voedsel dat voedselbanken van bedrijven ontvangen. Dat gebeurt nu in sommige Europese landen.’

Daar hebben jullie geen last van?
‘Nee, hier speelt dat niet. We werken overigens graag samen met het bedrijfsleven. Twee jaar geleden was er sprake van te weinig voedsel voor de voedselbanken. Ondernemer Milco Aarts heeft ons toen benaderd – of we creatief samen wilden werken met social enterprise Soupalicious. Nu maken we voor iedere verkochte kom soep ook een kom soep voor in een voedselpakket. Tegelijkertijd pakken we hiermee het groente overschot in Noord-Nederland aan. Win-win situatie, of niet? Er is geen officiële definitie van een social enterprise, maar Soupalicious is een mooie concept definitie.’

Tom (tomhillemans@voedselbankennederland.nl) nodigt lezers uit om creatief mee te denken over hoe Voedselbanken Nederland gekwalificeerde vrijwilligers kan aantrekken.